Blogs

Oordelen

Ze kwam binnen met vage klachten. Althans, vaag voor mij. Aangezien ik de lokale taal niet sprak, moest ik met handen en voeten proberen te achterhalen wat dit mooie kleine meisje van ongeveer 2,5 jaar in vredesnaam mankeerde. Ze was door een bekende afgezet op de eerste hulp afdeling van het ziekenhuis(je) waar ik vijf maanden stage liep als verpleegkundige in opleiding.

Het stageadres was niet een officieel adres van de opleiding. De plekken op de vaste stage adressen in Ghana, waren al vergeven. Dit adres hadden we via via zelf geregeld. De dame die ons zou begeleiden, had al 30 jaar ervaring in het begeleiden van studenten. Ze wist precies wat we wel en niet mochten, werd ons verzekerd.

Gelijk op onze eerste dag in het ziekenhuis werd duidelijk dat het aangeven van onze grenzen op de proef gesteld zou gaan worden. Zes dagen per week werken, volledig zelfstandig en niet boventallig, alleen op de afdeling. Op allerlei manieren moesten we aan de bel trekken.

Vanwege personele bezetting, ontkwamen we er soms toch niet aan dat we, gelukkig vaak maar kort, alleen op een afdeling stonden.

Zo ook die middag op de eerste hulp. Mijn collega studiegenoot, met wie ik dit avontuur begonnen was, stond op haar eentje op een andere afdeling ingepland.

Het was duidelijk dat het meisje erg benauwd was. Gelukkig was er een bed vrij waar ze snel plaats kon nemen. Na wat voor mij minuten leken te duren, kwam de hoofdverpleegkundige die via de tam tam had begrepen dat hij zich over het ziekenhuisterrein naar de eerste hulp moest begeven, aangesneld. Hij ging aan het bed staan, keek naar het jonge patiëntje, besprak vervolgens in het Twi, de lokale taal, wat er gebeurt was. Het meisje was al dagen niet lekker. In de bossen, twee uur verder de rimboe in vanaf dit ziekenhuis, had haar familie de hulp ingeschakeld van een lokale medicijnman. Allereerst omdat het vertrouwen in hem groot was, ten tweede omdat de mensen bang waren naar het ‘officiële’ ziekenhuis te komen, in verband met de rekening die ze naderhand zouden krijgen en naar alle waarschijnlijkheid niet konden betalen.

Het meisje had door de lokale kruidenmix die haar was aangeraden, waarschijnlijk iets giftigs tot zich genomen en had ademhalingsproblemen gekregen.

De hoofdverpleegkundige hoorde wat ze had gekregen. Hij keek mij aan, en haalde zijn schouders op. Het meisje lag ondertussen te vechten voor haar leven. Haar adem stopte. Ik keek de verpleegkundige reddeloos aan, verstijfd doordat ik getuige was van deze, voor mij bizarre, omstandigheden. “Doe dan iets, reanimeer en beadem haar”, schreeuwde ik het uit. Hij keek me aan, draaide zich naar het meisje, drukte voor de vorm op haar borst, keek mij toen weer aan en zei, “Het heeft geen zin, wat wil je dat ik doe? Ze gaat dood.”

Nog geen tel later blies ze haar laatste adem uit. Ik keek naar het bed, waar de verpleegkundige routinematig gelijk haar lichaam in het laken rolde waar ze tot dan toe op had gelegen. En zo, gewikkeld in een simpele doek, amper een minuut nadat ze was overleden, werd ze achtergelaten op het bed. De verpleegkundige liep weg op de rest van de patiëntenzorg weer te gaan doen.

Gefrustreerd, geshockeerd en vol emotie bleef ik staan starten bij het bed.

Ik vroeg de verpleegkundige wat te doen met haar lichaam, terwijl er tranen over mijn wangen begonnen te lopen. Terwijl hij antwoordde dat ze daar zou blijven liggen totdat de familie haar op kwam halen, mogelijk over een uur of twee pas, zag hij mijn tranen en ontstond er op zijn gezicht iets wat nog het beste te omschrijven was als een soort smalende glimlach. En toen, veranderde die glimlach in hardop lachen. Uítlachen.

In zijn lokale taal brabbelde hij vervolgens wat met patiënten terwijl ze lachend naar mij keken. Ik keek hem vragend aan. “Huilen doen we niet, dat is raar, zo hoort het niet” zei hij, en hij ging weer over tot de orde van de dag.

Verbijsterd en kwaad ben ik weggelopen, om op adem te komen en de privacy te hebben om mijn emoties de vrije loop te laten. Ik herinner me nog hoe ik daar, met mijn rug tegen de muur aan de achterkant van een bijgebouwtje, stond te huilen. Hoe ga ik het hier in vredesnaam vijf maanden uithouden?

Later, toen ik rustig in ons huisje op het ziekenhuisterrein zat, begon het tot me door te dringen. Hoe bizar de situatie ook was, ik kon hen simpelweg niet kwalijk nemen dat ze zo op mijn gedrag reageerden en mij veroordeelden. Ik had de mazzel dat ik ter wereld was gekomen in een land waar we opgroeien met de kennis dat er méér is dan alleen onze cultuur met onze waarden & normen. Dat onze waarheid zeker niet dé waarheid is.

Zij, opgegroeid in een arm gedeelte in Ghana, hadden die kennis niet. Alles wat zij kenden, was dáár. Hun wereld was DE wereld. En daardoor hun waarheid DE waarheid.

En ondanks de keiharde manier om tot dit inzicht te komen, besefte ik me het voorrecht om te zijn geboren in een land waar onderwijs en gezondheidszorg zo makkelijk beschikbaar is.

Oordeel niet, maar probeer de ander écht te begrijpen. Focus niet op wat je niet begrijpt van de ander, maar zoek naar overeenkomsten, dan is een écht contact snel gemaakt!

Reacties uitgeschakeld voor Oordelen

This site is protected by wp-copyrightpro.com